 | Wollig gitje
Door zijn beharing lijkt die veel op een kleine hommel. Echter zijn grote ogen en korte antenne verraden dat het een zweefvlieg is. Het Wollig gitje verplaatst zich steeds meer naar noordelijke streken, dit komt waarschijnlijk door klimaatverandering omdat ze niet tegen het warmer wordende weer kunnen. Deze volwassen zweefvliegen zijn vooral te zien op schermbloemigen, waar ze nectar drinken. Zijn tussen de 7 en 12 mm groot. De larven leven van wortels van Pastinaak en Gewone berenklauw. De Gewone berenklauw is op veel plekken in het Emerpark te zien.
Er zijn ongeveer 40 soorten gitjes waarvan ik er 6 heb gezien in het Emerpark.
Emerpark-Heemtuin |  |
 | Breedbandgroefbij
Deze bij is relatief grote bij ongeveer 14 mm lang. De vrouwtjes zijn makkelijker te vinden op gele composiet of distels. Maar hebben niet echt een voorkeur op welke bloem ze naar nectar en stuifmeel zoeken. Hun voorkeur gaat uit naar zanderige of leemgrond, waar ze hun nesten graven in steile wanden. Na de bevruchting gaan de vrouwtjes in winterslaap. Met meerdere vrouwtjes overwinteren ze in een nest. In het voorjaar zal 1 vrouwtje de eitjes leggen terwijl de andere zullen optreden als “werksters”.
Emerpark-Heemtuin |  |
 | Grote schaatsenrijder
Er zijn in Nederland ongeveer 600 soorten wantsen. De meeste leven op het land. Ook schaatsenrijders zijn wantsen. Deze insecten zijn helemaal aangepast aan het leven op het water. Ze gebruiken vier poten om zich over het water te bewegen. De achterste, zijn erg lang en zitten vol met haartjes, waardoor ze goed op het water blijven drijven. Met hun twee voorste pootjes grijpen ze prooien, zoals spinnen en insecten die in het water vallen. Zodra schaatsenrijders hun prooi gevonden hebben, steken ze hun zuigsnuit in het arme slachtoffer en zuigen ze het diertje leeg. Emerpark-vijver |  |
 | Boomblauwtje
Het zijn kleine vlindertjes als ze de vleugels opgevouwen hebben, ongeveer 14 mm. Ze leven graag in bosachtig gebied zoals bijvoorbeeld in de Heemtuin. Soms komen ze ook in bebouwd gebied voor. Volwassen vlinders voeden zich met honingdauw, sap van bloedende bomen maar ook nectar van bloemen van struiken en kruiden. Er komt regelmatig nog een ander blauwtje voor in het Emerpark, namelijk het Icarusblauwtje. Deze is vaak bij lage begroeiing te vinden. Deze vlinder vliegt laag en vrijwel horizontaal. Het Boomblauwtje vliegt vaak veel hoger en in hoogte op en neer. Emerpark-Heemtuin |  |
 | Bruinrode heidelibel
Deze libel kom je regelmatig tegen als je door de Heemtuin loopt. Hij is tussen de 42 en 44 mm groot. Het is een warmteminnende soort. Regelmatig vinden er invasies vanuit het zuiden plaats. Vliegtijd is tussen eind mei en eind november, echter de meeste zijn te zien eind juli tot eind september. Eieren worden afgezet in water. De larven leven in ondiep water tussen waterplanten en op de bodem, waar ze onder meer op muggenlarven jagen. Het uit het water kruipen (uitsluipen) vindt plaats vanaf eind mei tot eind september, met een piek van eind juli tot begin september. Emerpark-Heemtuin |  |
 | Doodskopzweefvlieg
Een middelgrote (10-14mm) zweefvlieg, die direct opvalt door zijn opvallende tekening op het borststuk. Deze lijkt met wat fantasie op een doodskop.
Het voedsel bestaat uit nectar en stuifmeel van diverse bloemsoorten.
Het uiterlijk heeft iets weg van een bij; vijanden als vogels worden zo misleid.
Is regelmatig te zien in de Heemtuin.
De larve leeft in het water en leeft voornamelijk van rottend materiaal.
Emerpark-Heemtuin |  |
 | Okkernootviltmijt
Een gal is een vreemde groei op een plant. Insecten of mijten leggen eitjes op een plant. De larve zorgt ervoor dat de plant extra cellen maakt. Zo ontstaat een huisje met eten.
Op de foto een gal die zit op een blad van de Okkernoot. Op de onderzijde van het blad zitten onder de verhogingen holtes met vele lichtbruine haartjes. Tussen deze viltige haartjes leven de minder dan 0,1 mm grote viltmijten. De Okkernootboom staat bij het bruggetje bij de Heemtuin.
Emerpark-Heemtuin |  |
 | Kleine parelmoervlinder
Bijzondere vlinder wordt heel weinig gezien in het Emerpark. Zelf heb ik deze vlinder 1 keer gezien in 2024 en nu 2 keer in 2026. In de omgeving van Zutphen komen ze op een paar plekken voor, zoals in de Onderlaatse Laak en de Gorsselsche heide. Deze vlinder kan gaan zwerven en is waarschijnlijk op deze manier in de Heemtuin terechtgekomen.
De vlinders zonnen veel op open plaatsen op de grond of op een muur, maar vliegen snel weg als ze te dicht benaderd worden.
De kleine parelmoervlinder is een opvallende vlinder door de spiegels op de onderkant van zijn vleugels. Emerpark-Heemtuin. |  |