 | Gewone oeverlibel. Het mannetje is vaak aan de waterkant te zien. Vanuit een vast uitkijkpunt patrouilleert hij of er een vrouwtje in de buurt is om mee te paren. Andere mannetjes wil die zo snel mogelijk verjagen. Zijn vrij grote libellen die tussen de 44 en 50 mm groot zijn en een spanwijdte van meer dan 70 mm. In het Emerpark te zien vooral in juni en juli. |  |
 | Groot dikkopje is een kleine dagvlinder met een voorvleugellengte van 12-15 mm. Verleden jaar in de Heemtuin niet gezien. Dit jaar al op verschillende plekken in het Emerpark gezien. Er zijn nog andere soorten dikkopjes maar die zijn veel zeldzamer. Zitten vaak op grasstengels. De meeste kans om ze te zien is van half juni tot eind juli. |  |
 | Roestbruine kromlijf heeft zijn naam te danken aan zijn houding in rust. Deze vlieg is niet echt groot 8 tot 13 mm. Soms zijn ze te zien boven op bloemknoppen in de Heemtuin. De Heemtuin ligt tegenover de Kaardebol (aan de andere kant van het water). |  |
 | Sint-jansvlinder ook wel bloedvlekvlinder of bloeddrupje genoemd is een nachtvlinder, die ook overdag vliegt. De rode bloeddruppels moeten ervoor zorgen dat ze door predators niet snel worden opgegeten. Deze vlinder is in het Emerpark te zien in kruidig grasland. |  |
 | De Kuifvlinder is een nachtvlinder, die vrij zeldzaam is. Je kunt in je (volks)tuin een paar planten laten staan van de Zwarte toorts. Vaak zaaien ze zich vanzelf uit. Als het meezit krijg je op deze plant een rups te zien van de Kuifvlinder. Tevens trekt deze Zwarte toorts veel andere insecten aan zoals sluipwespen. Deze wespen parasiteren op andere insecten. Deze vlinder heeft geen opvallende kleuren maar wel een hele mooie kuif zoals luizen, een natuurlijk plaagbestrijding. |  |
 | Hedychrum specie. Voor deze goudwesp bestaat er geen Nederlandse naam. Specie betekent dat er meerdere soorten Hedychrum zijn. Echter die lijken zo sterk op elkaar dat ze met een foto niet verder op naam te brengen zijn. Het zijn kleine wespjes die op zonnige dagen boven op bloemen zitten. |  |